Wetenschap

De Grieken waren geïnteresseerd in wetenschap en maakten, onder invloed van Egyptische en Babylonische geleerden, vooruitgang in de biologie, de wiskunde, de astronomie en de aardrijkskunde. In de 3e eeuw v.C. begreep de astronoom Aristarchos reeds dat de aarde rond de zon draaide en een andere astronoom, Anaxagoras (500-428 v.C.), ontdekte dat de maan het zonlicht weerkaatste. Het meest vooruitstrevende wetenschappelijke werk werd gedaan in de hellenistische tijd. Een belangrijke wetenschap in Griekenland was de geneeskunde. De Grieken geloofden dat ziekte een straf van de goden was en ze baden dan ook om een genezing. Heiligdommen van de god Asklepios (god van de geneeskunde) kwamen overal in de hele Griekse wereld voor. Het beroemdste stond in Epidauros. Veel zieke mensen gingen ernaartoe en verbleven een nacht in de tempel.

Ze geloofden dat Esklepios in hun ‘dromen’ verscheen om een behandeling, b.v. met kruiden, of een dieet of oefeningen voor te schrijven. De volgende dag voerde de priester de behandeling uit en vele mensen keerden genezen terug naar huis. De Grieken ontwikkelden zeer geavanceerde medische behandelingen voor allerlei soorten ziekten. Deze behandelingen, gebaseerd op praktisch onderzoek, kwamen voort uit de cultus van Asklepios en werden gebruikt door Hippokrates (460-377 v.C.), die dikwijls beschouwd wordt als de grondlegger van de moderne geneeskunde.