Kleding

De Griekse kleding werd voornamelijk gemaakt van de wol van de plaatselijke schapen.

De wol werd heel fijn gesponnen zodat de kledingstukken fijner waren dan onze moderne wollen kleding. Lichtere linnen kleding van gesponnen vlas werd ook gedragen.

Zeer rijke mensen kochten dure oosterse zijde en in de hellinistische tijd werden moerbeibomen geplant op het eiland Kos om een eigen zijde-industrie te ontwikkelen. Lichte kleuren waren vooral bij de vrouwen populair. Purper werd gemaakt van zeeslakken en een violette kleur van vrouwelijke schildluizen van Kermes-soorten. Andere kleuren kwamen van planten. Armere mensen droegen waarschijnlijk ongeverfde kleding. Het model van de kleding was gelijk voor man en vrouw en veranderde nauwelijks in de loop van de eeuwen. De basiskleding was een rechte tuniek, op de schouders met sierspelden (fibula) vastgehecht en daaroverheen een mantel.