Het hiernamaals

De meeste mensen in de oudheid stierven jong omdat het leven zeer hard was.
Jonge mannen sneuvelden dikwijls in een slag en vrouwen stierven tijdens de bevalling.

De Grieken geloofden in – of hoopten op – een soort leven na de dood, ofschoon hun ideeën erover varieerden. Ze dachten dat het rijk van de dood diep in de aarde was en daarom werden veel doden begraven. Maar soms werden lijken gecremeerd op een brandstapel. De ziel werd soms afgebeeld als een klein gevleugeld wezen en sommige Grieken geloofden dat de ziel uit het lichaam ontsnapte en een ster werd, die wachtte tot ze herboren kon worden in een nieuw lichaam. Goden zoals Dionysos die net als de wijnranken die hij beschermde, stierf en elk jaar opnieuw herboren werd, gaven mensen hoop op een nieuw leven. De godin van het graan, Demeter, wier dochter Persephone door Hades, de god van de onderwereld, ontvoerd werd, eiste haar dochter voor een deel van het jaar terug (lente en zomer). De graven werden versierd met afbeeldingen van feesten en de meest favoriete voorwerpen van de overledene en men plaatste voedsel in het graf, zodat de doden in het hiernamaals gelukkig konden zijn.