Handel

Beeldhouwen en metaalbewerking, sieraden- en schoeiselproductie en vele andere ambachten bloeiden in de Griekse steden. De ateliers bevonden zich gewoonlijk in het midden van de stad rond de agora, het marktplein. Daar kwamen de mensen om hun producten te kopen en de boeren van buiten de stad verkochten er hun groenten, fruit en kaas. Er waren ook ambtenaren die maten en gewichten controleerden, geldwisselaars, acrobaten, dansers en slaven op een podium die op een koper wachten. De meeste gewone mensen gingen niet ver van huis (behalve in een oorlog).

Er waren weinig goede wegen en de trouwe ezel was de betrouwbaarste vorm van transport voor korte afstanden. Indien een Griek langere afstanden wilde afleggen, ging hij gewoonlijk per boot rond de kust. Ze vermeed hij de bergen, die een groot deel van het land bedekken. Er was heel wat handel tussen de stadstaten en de Griekse kolonies, evenals met de andere landen rond de Middelandse Zee. Olie, wijn, aardewerk en metaal waren de belangrijkste exportproducten.