Griekse oorlogen

Oorlog voeren maakte deel uit van het Griekse leven en de stadstaten bevochten elkaar dikwijls.

Daarom moesten veel Griekse mannen in een leger en moesten ze van de vroegste tijden voor hun eigen harnas en uitrusting betalen. In Athene kregen de jongens tussen 18 en 20 jaar een militaire training, waarna ze steeds opgeroepen konden worden. In Sparta was dat veel vroeger.

De Atheense soldaten werden geleid door 10 bevelhebbers, strategoi. De infanteristen vormden de ruggegraat van de Griekse legers en ze vochten in een gesloten formatie, falanx genoemd.

Armere soldaten dienden in hulptroepen als boogschutters of slingeraars. Bij
belegeringen werden katapulten, vlammenwerpers, stormrammen en ketels met brandende kolen en zwavel gebruikt.
Athene controleerde zijn rijk met behulp van oorlogsschepen met roeiers of tiremen.