Goden, godinnen en helden

De Grieken geloofden dat alle goden afstammelingen van Gaia (de aarde) en Uranus (de hemel) waren. Ze dachten dat de goden waarschijnlijk erg op mensen leken: ze werden verliefd, trouwden ruzieden, kregen kinderen, musiceerden en weerspiegelden op vele andere gebieden de menselijke karakteristieken (of de mensen die van hen). Alle goden hadden hun eigen invloedssfeer.

Demeter en Persephone waren verantwoordelijk voor het groeien van het graan, Artemis was de godin van de jacht, Apollo kon de toekomst voorspellen en Aphrodite was de godin van de liefde.

Veel van de bekenste goden hadden tempels en heiligdommen die aan hen waren gewijd en veel geld en vakmanschap werden daaraan besteed. Godsdienst speelde een belangrijke rol in het leven van de gewone mensen. Veel mooie gebouwen die bewaard gebleven zijn, zijn tempels.

Hun vereerders geloofden dat de goden hen goed zouden behandelen en in hun noden voorzien indien ze hen de vruchten van hun oogst en dierlijke offers brachten.