De woestijn van Egypte

Aan weerszijden van het Nijldal strekken zich twee grote, dorre hoogvlakten uit met hier en daar een wadi, de tijdelijke waterlopen van de woestijn. Naar het westen toe bestaat de Libische (of Westelijke) woestijn uit uitgestrekte betrekkelijk laaggelegen plateaus (300-400 m), doorsneden met diepe inkervingen. De Noordelijkste, Kattara en Siwa, liggen onder zeeniveau.

Op sommige plaatsen komen ondergrondse waterbekkens aan de oppervlakte en voorzien dan weelderige oasen van water. Ten oosten van de Nijl ligt de Arabische (of Oostelijke) woestijn. Geleidelijk loopt deze op naar een bergketen (‘de Arabische bergketen’), die de begrenzing vormt van de Rode Zee en waarvan de hoogste top 2180 m ligt. In het noordoosten geeft het geologische aanhangsel van de Sinaï een bergachtig woestijnlandschap te zien; daar verheft zich Dzjebel Katharina, het ‘dak van Egypte’ (2641 m). Met zijn vorm van een omgekeerde piramide lijkt het of de Sinaï zich in de Rode Zee boort. In het oosten strekt de Golf van Aqaba zich uit naar Saoedi-Arabië, Jordanië en Israël; in het westen staat de Golf van Suez via het beroemde, gelijknamige kanaal in verbinding met de Middellandse Zee.